EEN HISTORISCHE TRAM
De lijn

Het was tijdens de gemeenteraad van 16 september 1904 dat de boeren van het dorp eisten dat er een einde moest komen aan de vele verkeersopstoppingen die het vervoer van trekdieren en vee rondom het plaatsje Han belemmerden. De Grottenlijn werd per Koninklijk Besluit van 8 juli 1905 aan de SNCV (Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen) toegekend en op 1 juni 1906 officieel geopend. Met een spoorwijdte van precies één meter en een lengte van 3,7 km, ging de tram van de kerk van Han, op de lijn Rochefort - Wellin, naar de top van de rotsen van Faule. Op 1 januari 1909 werd hij aan de n.v. voor het beheer van buurtspoorwegen Rochefort - Grottes-de-Han - Wellin uitbesteed.

Vervolgens werd hij op 1 september 1955, toen de andere stations van de Wellin-groep gesloten werden, door de n.v. voor het beheer van de spoorwegen van de Grotten van Han overgenomen. Deze overname werd in het Belgisch Staatsblad van 28 juni 1986 met een uitbestedingscontract vernieuwd. De duur van het contract kan om de 15 jaar verlengd worden.

In de oorlog (1916) werd de lijn tijdelijk opgeheven. Op 13 juni 1920 werd ze opnieuw voor het toerisme geopend en sindsdien zijn alleen de twee eindpunten van de spoorlijn gewijzigd. Op 29 maart 1968 werd het eindstation van de top van de rotsen van Faule naar de ingang van de grot verplaatst. Hiervoor werd 1,7 km extra rails aangelegd. Op 9 juli 1989, nog altijd voor het comfort van de bezoekers, werd het eindstation in het dorp, dankzij het extra stukje spoor in het gemeentepark, naar het domein zelf verplaatst.

Het rollend materieel

Tot in 1935 reden treinen met stoomlocomotieven van het type HL, soms met dubbele stoomaandrijving, tot aan de Grotten van Han. Tijdens het seizoen stopten iedere dag niet minder dan zeven treinen voor de ingang van de grotten. Met de intrede van de dieseltreinen vanaf 1935 is een efficiënter beheer mogelijk en wordt het aantal reizigers op de grottenlijn verdubbeld.

Naast de dienstrijtuigen bestaat het huidige spoorwagenpark uit zes dieseltreinen (de ART 89 en 90, de AR 145, 159, 168 en 266) uit de jaren dertig, en uit een tiental bijwagens (de A 8798, A 8812, A 8820, A 8821, A 8861, B 8893, B 8895 en B 8896, gebouwd rond 1895 en momenteel bijna allemaal vervangen door hun kleine broertjes die onder de nummers GR 001 tot GR 009 op identieke wijze zijn gebouwd, behalve dat ze van 'echte' remsystemen zijn voorzien). Wij stellen ze hier aan u voor :

De ART 89, waarvan de bouw,op basis van het frame van de bijwagen A 10.538 (uit de jaren 1920), op 18 september 1933 aan de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen van Gent-Destelbergen werd toegekend, is een dieseltrein met houten rijtuigbak die op 1 augustus 1934 in Gent in gebruik werd gesteld. Verbouwd tot tractor-dieseltrein, door het ballasten en vervangen van de zandkisten in Eugies of Jumet in december 1949, deed hij van 1949 tot 1985 dienst in Henegouwen (Doornik, Bergen, Chimai, bij de werkzaamheden van de semi-metro van Charleroi en ASVI), voordat hij in 1995 in Han arriveerde waar hij momenteel gerestaureerd wordt.

De ART 90, waarvan de bouw op basis van het frame van de bijwagen A 948 (uit de jaren 1890) op 18 september 1933 aan de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen van Brussel-Kuregem werd toegekend, is eveneens een dieseltrein met houten rijtuigbak die op 1 juli 1934 in Geldenaken in gebruik werd gesteld. Verbouwd tot tractor-dieseltrein in 1949 te Leuven, deed hij jarenlang dienst in Brabant (Leuven, Geldenaken, Tienen) voordat hij in de periode 1962-1972 aan Brussel werd toegewezen voor de demontage van de sporen. In oktober 1977 is hij in Han-sur-Lesse aangekomen.

De AR 145, de oudste dieseltrein van de Grotten, is een dieseltrein met metalen rijtuigbak waarvan de bouw op 7 maart 1934 aan de maatschappij Baume en Marpent uit Haine-St-Pierre werd toegekend. Op 15 oktober 1935 werd hij in de groep van Wellin, die onder andere de grottenlijn deed, in gebruik genomen. Rond 1950 werd hij door het aanbrengen van ballast tot semi-tractor verbouwd.

De AR 159 is eveneens een dieseltrein met metalen rijtuigbak, waarvan de bouw op 11 augustus 1934 aan de "Forges Usines et Fonderies" uit Haine-St-Pierre werd toegekend. In december 1935 werd hij in Turnhout in gebruik genomen. In 1951 werd hij in Gent tot semi-tractor verbouwd en in 1952 werd de trein in de groep van Wellin opgenomen.

De AR 168 behoort tot dezelfde reeks als de AR 159. Hij werd in januari 1936 in Courrière in gebruik genomen, alvorens in mei 1937 aan Antwerpen te worden toegewezen. Vervolgens werd hij in 1951 in Gent tot semi-tractor omgebouwd. In 1952 werd hij in de groep van Wellin opgenomen.

De AR 266 is een dieseltrein met metalen rijtuigbak, waarvan de bouw op 26 oktober 1936 aan de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen van Gent-Destelbergen werd toegekend. Op 20 augustus 1938 werd hij te Luik in gebruik genomen. Hij deed achtereenvolgens dienst in de provincies Luik (1938-1949), Henegouwen (1949-1954) en Brabant (1954-1962), alvorens op 23 juni 1966 in Han aan te komen.